Bijna één op de zeven volwassenen ervaart gezondheidsklachten door draadloze technologieën zoals wifi en mobiele telefoons, blijkt uit internationaal onderzoek. Bovendien ervaren veel meer mensen klachten dan uit eerdere studies bleek. Dit vormt een waarschuwing voor de volksgezondheid, werk en toegankelijkheid in onze steeds digitaler wordende samenleving. Volgens de onderzoekers heeft dit belangrijke gevolgen voor zowel de individuele gezondheid als de maatschappelijke participatie. Stichting EHS ziet hierin een dringende aanleiding opnieuw aandacht te vragen voor dit onderwerp.
Internationaal onderzoek
Uit een recent peer reviewed onderzoek blijkt dat ongeveer één op de zeven volwassenen negatieve gezondheidseffecten ervaart door blootstelling aan draadloze straling.1 Het onderzoek van maart 2026 is gebaseerd op een representatieve enquête onder volwassenen in de VS, Australië en Canada. Dit betekent dat ruim 26 miljoen volwassenen in deze drie landen gezondheidsproblemen ondervinden door draadloze technologieën.
Gevoeligheid voor draadloze straling
Veel deelnemers geven aan zich onwel te voelen in de buurt van mobiele telefoons, wifi-netwerken en andere draadloze apparaten. De klachten variëren van mild tot ernstig en omvatten onder meer hoofdpijn, duizeligheid, hartklachten, oorsuizen, concentratieproblemen, slapeloosheid, vermoeidheid en misselijkheid.
De onderzoekers gebruiken hiervoor de termen ‘wireless sensitivity’ (gevoeligheid voor draadloze straling) en elektrohypersensitiviteit (EHS), waarbij laatstgenoemde ook gevoeligheid voor andere soorten elektromagnetische velden (EMV) omvat. Volgens medeonderzoeker Steineman wordt deze gevoeligheid door artsen als medische aandoening gediagnosticeerd, wat aanleiding gaf om te onderzoeken hoe vaak dit voorkomt in de algemene bevolking.2
Opzet en uitkomsten van de enquête
Voor het onderzoek werd in de drie genoemde landen een representatieve online enquête afgenomen met een respons van 3.475 volwassenen. Gemiddeld gaf 12,6% van de deelnemers aan gevoelig te zijn voor draadloze straling. Australië kende het hoogste percentage (17,4%), gevolgd door de VS (12,8%) en Canada (7,5%).
Daarnaast gaf een aanzienlijk deel van de deelnemers aan de medische diagnose EHS te hebben gekregen: 10,1% in de VS, 14,9% in Australië en 5,0% in Canada. In totaal rapporteerde ongeveer 14% van de volwassenen negatieve gezondheidseffecten en/of een diagnose van deze gevoeligheid. De klachten kwamen het vaakst voor bij mannen tussen de 25 en 34 jaar.
Volgens de onderzoekers liggen deze percentages veel hoger dan in eerdere studies uit andere landen. Tegelijkertijd wijzen zij erop dat de cijfers mogelijk nog steeds een onderschatting vormen. Mensen herkennen hun klachten niet altijd als mogelijk gerelateerd aan draadloze straling en zorgverleners leggen de link niet altijd of stellen geen diagnose. De toename van draadloze infrastructuur en -apparaten zou volgens de onderzoekers een verklaring kunnen zijn voor de stijging.
Overlap andere aandoeningen
Het onderzoek laat zien dat er vaak sprake is van overlap met andere aandoeningen die in verband worden gebracht met omgevingsfactoren, zoals chemische gevoeligheid, astma, autisme en gevoeligheid voor geurstoffen. Een groot deel van de mensen die gevoeligheid voor draadloze straling rapporteert, blijkt ook één of meer van deze andere aandoeningen te hebben. Volgens de auteurs suggereert deze samenhang dat mogelijk vergelijkbare processen in het lichaam een rol spelen. Eerder onderzoek wijst daarbij ook op gedeelde factoren, zoals ontstekingsreacties, die mogelijk bijdragen aan dit soort gevoeligheidsklachten.
Gevolgen voor de maatschappij
Volgens mede-auteur Lyn McLean ervaren sommige mensen zulke ernstige klachten dat zij niet meer kunnen werken of publieke ruimtes met draadloze technologie moeten vermijden. Daarmee raakt het onderwerp niet alleen de individuele gezondheid, maar ook bredere maatschappelijke vraagstukken.
De onderzoekers benadrukken dat deze bevindingen relevant zijn voor beleid en duurzaamheidsvraagstukken. Draadloze technologie speelt een steeds grotere rol in energie-efficiëntie, digitale connectiviteit en de ontwikkeling van slimme infrastructuren. Tegelijkertijd stellen zij dat technologie pas echt duurzaam is wanneer ook de impact op de gezondheid van mensen wordt meegewogen.
Draadloze straling kan volgens de onderzoekers worden gezien als een milieufactor, waarbij gevoeligheid bij een (aanzienlijk) deel van de bevolking fungeert als een vroegtijdig waarschuwingssignaal van bredere milieustress.
Sociale en economische gevolgen
Daarnaast wijzen de onderzoekers op sociale en economische implicaties. In een samenleving die steeds afhankelijker wordt van draadloze technologie, kunnen mensen met deze gevoeligheid onbedoeld worden buitengesloten van werkplekken, diensten en het openbare leven. Dit kan leiden tot verminderde arbeidsdeelname, lagere productiviteit en hogere zorgkosten. Dergelijke kosten blijven volgens de onderzoekers vaak buiten beeld in traditionele kosten-batenanalyses.
Het terugdringen van blootstelling aan draadloze straling zou volgens hen kunnen bijdragen aan betere toegankelijkheid, grotere maatschappelijke participatie en lagere economische kosten.
Situatie in Nederland
In Nederland werd in 2016 een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd door Kantar Public (voormalig TNS-NIPO) in opdracht van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden. Daaruit bleek dat 3% van de Nederlanders aangaf lichamelijke klachten te ervaren door blootstelling aan EMV.3
Deze resultaten werden destijds niet gepubliceerd door het Kennisplatform vanwege discussie over de omvang van de steekproef van 750 personen, alhoewel Kanter Public aangaf dat deze steekproef groot genoeg was voor betrouwbare inzichten. Met dit internationale onderzoek – gebaseerd op een veel grotere en representatieve steekproef – kan het Kennisplatform dit argument echter niet meer gebruiken.
Het recente internationale onderzoek komt uit op een gemiddeld percentage elektrogevoeligen van ruim 12%, veel hoger dan de 3% uit het Kantar onderzoek. Volgens de auteurs kan een hoger percentage dan bij eerdere studies mogelijk worden verklaard door verschillen in onderzoeksmethoden en de bredere blootstelling aan draadloze technologieën in het dagelijks leven. Tussen dit internationaal onderzoek en het Kantar Public onderzoek zit ook tien jaar technologische ontwikkeling.
Verder is opvallend dat beide onderzoeken dezelfde gezondheidsklachten rapporteerden.
Visie van Stichting EHS
Voor Stichting EHS vormen deze bevindingen een dringende aanleiding om opnieuw aandacht te vragen voor de impact van EMV op de gezondheid in Nederland. Stichting EHS onderschrijft de visie van de onderzoekers dat deze effecten volledig moeten worden meegenomen in beleid en duurzaamheidsvraagstukken. Zij pleit voor meer (medische) erkenning van gezondheidsklachten die samenhangen met EMV, zowel binnen de gezondheidszorg als in onderzoek.
Het is van groot belang om de omvang en impact van deze klachten beter in kaart te brengen en blootstelling aan EMV te beperken. Stichting EHS is bekend met veel mensen die inmiddels zijn uitgevallen en niet meer volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving door een te hoge en langdurige blootstelling aan EMV. Voor hen heeft dit vaak ingrijpende gevolgen: het verlies van werk, huisvesting en de mogelijkheid om actief deel te nemen aan het sociale en maatschappelijke leven.
Stichting EHS zet zich al geruime tijd in om de bewustwording over de rechten van mensen met EHS te vergroten. Elektrogevoeligen hebben net als ieder ander het recht om volwaardig mee te doen in de samenleving. Deze rechten zijn verankerd in de gelijkebehandelingswetgeving en het VN-verdrag Handicap.
Het onderzoek laat zien dat het om een aanzienlijk deel van de bevolking gaat. Daarom is het noodzakelijk om praktische maatregelen te nemen, zoals het creëren van stralingsarme werk- en leefomgevingen en het verbeteren van de toegankelijkheid van publieke ruimtes voor elektrogevoeligen.
Stichting EHS benadrukt dat alleen door expliciet rekening te houden met mogelijke gezondheidseffecten bij verdere digitalisering en duurzaamheidsbeleid voorkomen kan worden dat een deel van de bevolking onbedoeld wordt buitengesloten. Pas dan kan een werkelijke inclusieve, duurzame samenleving ontstaan.
Martine Vriens
Lid van de werkgroep inclusie Stichting EHS en juridisch adviseur
Mei 2026
[1] Gepubliceerd in Next Research, een peer reviewed multidisciplinair tijdschrift over wetenschappelijke, technische en medische vakgebieden. https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S3050475926002745
[3] https://stichtingehs.nl/blogberichten/een-onderzoek-is-opgedoken/